Plaatsingsvoorschriften

Afscheider-hijsen4.jpg

1.  De bouwput dient gegraven te worden met de juiste afmetingen, volgens de beschikbare tekeningen. De afscheiderinstallatie dient te worden geplaatst op een vlakke ondergrond, welke gestabiliseerd dient te zijn met gestabiliseerd zand of stampbeton. Bij een slappe bodem verdient het echter de aanbeveling de bouwput te voorzien van een vlakke doorlopende betonvloer. Indien er sprake kan zijn van een hoge grondwaterstand, kan het noodzakelijk zijn de afscheiderinstallatie tegen opdrijven te beveiligen middels verankering aan de betonvloer. De afscheiderinstallatie dient in de juiste stroomrichting geplaatst te worden. De inlaat- en uitlaatzijde zijn duidelijk op de afscheider(s) gemarkeerd. De afscheiderinstallatie dient volledig waterpas te staan en altijd vorstvrij geplaatst te worden.

2.  Plaatsing van afdekplaten met een mof- spieverbinding met rubberdichting, dient te gebeuren conform de Plaatsings voorschrift Forsheda glijdichtingen. Deze dichting garandeert een waterdichte verbinding tussen dekplaat en afscheider. Indien de dekplaat van een rechthoekige installatie los meegeleverd wordt, dient een waterdichte plastische dichting (vb. ds-butylrubber) te worden voorzien bestand tegen de agressieve vloeistoffen in de installatie.

3.  Bij plaatsing van afdekplaten en schachtconussen, dient er goed opgelet te worden dat de mangaten juist gepositioneerd worden t.o.v. de onderliggende afscheider. Foute positionering kan er toe leiden dat filters, vlotters e.d. niet toegankelijk zijn.

Afscheider-filter1.jpg

4.  Om de gewenste bouwdiepte te bereiken dient men gebruik te maken van opzetstukken met zoekranden, welke in diverse hoogtes leverbaar zijn. Met het oog op de waterdichtheid van de opbouwschacht en een gelijkmatige spreiding van verkeersbelastingen, is het niet toegestaan op andere wijze een hoogteverschil te overbruggen. Het is niet toegestaan meer dan vier “mortelverbindingen” per opbouwschacht te maken. Verbindingen tussen enerzijds opzetstukken of oplegringen onderling en anderzijds opzetstukken, oplegringen en putdeksels dienen gemaakt te worden d.m.v. vb. een morteltype Master Builders EMACO S88C of een gelijkwaardig morteltype, zodat een waterdichte verbinding ontstaat. De waterdichtheid van de voegverbindingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerende aannemer. De overblijvende voegnaden dienen te worden afgedicht met een mortel dat bestand is tegen water en lichte minerale vloeistoffen.

5.  Plaatsing van de coalescentiefilter: Neem de filter aan de handgreep en schuif het met de grove draadrooster richting vlotter in de zijgeleiding in de uitlaatkast. Duw het filter omlaag tot het op de bodem van de kast aansluit.

6.  Neem de RVS bevestigingssteun met voorgemonteerde olielaagsonde en monteer de steun op het midden van de omgeslagen rand van de kopse wand van de uitlaatkast (positie is gemarkeerd met 2 voorgeboorde gaten). De sonde is nu op de juiste hoogte gemonteerd. voer de kabel via een in het werk te boren gat in de schacht (waterdicht) naar buiten. Elektrische aansluiting: zie handleiding meegeleverd bij het alarm. Plaatsing van de niveausonde: Neem de niveausonde en hang deze aan de kabel op met de onderzijde van de sonde op 80 mm. onder de dekplaat. De sonde is te bevestigen met de meegeleverde kabelklem, welke in het mangat vast te boren is. Voer de kabel via een in het werk te boren gat in de schacht (waterdicht) naar buiten. Elektrische aansluiting: zie handleiding in bijlage.

afsch compl-snede1.jpg

7.  Het aanvullen met grond dient pas te gebeuren als de opbouwschacht(en) volledig zijn geplaatst en evt. mortelverbindingen zijn uitgehard. Tijdens het aanvullen met grond dienen de schachten afgesloten te zijn door de deksels te plaatsen. Er dient met de meeste zorg te worden omgesprongen met het aanvullen, zodat geen verontreinigingen in de afscheider(s) terecht komen. Op rechthoekige installaties mag een maximale gronddekking van 0,5 meter voorzien worden. Indien de installatie toch dieper geplaatst zou moeten worden is voorafgaandelijke schriftelijke bevestiging van calculatiediensten noodzakelijk. Ten behoeve van onderhoud en identificatie is het verplicht dat het meegeleverde aluminium typeplaatje met belangrijke informatie over oa. afscheidertype, volumes, serienummer en bouwjaar, in de toegangsschacht aan de uitlaatzijde van de afscheider wordt gemonteerd. Hiervoor dient het meegeleverde schroefoog met nylon plug in het beton van opzetstuk of dekplaat vast geboord te worden. Aan het oog bevestigt men het typeplaatje aan de meegeleverde ketting, zodanig dat het plaatje vanuit de toegangsopening goed zichtbaar is en niet in de afscheidervloeistof kan hangen. Verwijder alle voorwerpen die niet in de afscheiderinstallatie thuishoren, zoals gereedschappen, cementresten e.d.


.